Witte wijn & Weltschmerz

5 dec 2005, 15:04

Een vriend van mij vroeg zich ooit af waarom mensen alleen foto’s maken tijdens de leuke momenten. Men zou de rotperiodes ook vast moeten leggen.
Men zou ernaar kunnen kijken en zichzelf bedenken: ‘Ja, toen voelde ik me ook zo slecht…’ Maar daarna misschien: ‘Gelukkig ging dat snel over.’

Ergens in de wereld staat er een sombere kroeg. Dit is geen kroeg waar mensen heengaan om het leuk te hebben. Het is niet verplicht om met elkaar te lachen, de zin ‘Ah, nog eentje dan, omdat het zo gezellig is.’ wordt er nooit uitgesproken. Als men elkaar enkel zwijgend aanstaart, zullen de tafelburen niet speculeren over de reden tot samenzijn. Het is een kroeg waar men in het openbaar mag huilen. Niemand kijkt ervan op. Toch biedt ze troost, omdat iedereen in hetzelfde schuitje zit.
Daarom bestaat het boven beschreven drinkgelag. Omdat mensen zich soms ongelukkig voelen en dat ook in gezelschap moeten mogen uiten.

Je mag er alleen naar binnen om iemand zijn begrafenis te overleggen, te treuren om een lief die jou niet meer wil, of algehele winterdepressie. En zodra je gemoed begint op te klaren is het tijd om af te rekenen. Terminale patiënten zijn vaste klanten aan de bar. Om de paar maanden komt er een kruk vrij. Voor de mensen die gedeprimeerden vergezellen, maar zelf geen zielenpijn voelen is er een klein, grijs kamertje waar het altijd regent. Voor 1 euro mogen ze daar tien minuten binnen staan en over hun leven nadenken. Gegarandeerd succes.
Bij slecht nieuws wordt het volgende uitgesproken: ‘Ik moet met je praten, laten we naar de sombere kroeg gaan.’
Diegene die dit aanhoort weet meteen waar hij of zij aan toe is, maar weet ook dat alle reacties toegestaan zullen zijn na ontvangst van de nare mededeling.
Op deze plek worden er regelmatig drankjes in andermans gezicht gesmeten, maar niemand ziet het als sensatie. Het is er aan de orde van de dag.
Er is een fotomuur, met enkel trieste mensen erop vastgelegd. Met bijschriften als: Theresa en Gerard tijdens het bespreken van hun scheiding. Theresa kreeg de kinderen, Gerard was die avond niet zo spraakzaam.

Iedereen loopt er eens naar binnen.
En iedereen loopt er later een keertje langs, werpt terloops een blik door het raam en denkt dan: ‘Ja, toen voelde ik me ook zo slecht…’ Maar daarna misschien: ‘Gelukkig ging dat snel over.’