Dark side of the penguïn

11 mrt 2006, 17:38

Penguin

Na lang aandringen had ik mijn vriendje eindelijk overgehaald om een pinguïn voor me te kopen. Samen gingen we naar de dierenwinkel en leidden een prachtige Keizerpinguïn aan de vleugel mee naar huis. We noemden hem Nero.
Ik had het fantastische plan opgevat om Nero ‘s winters in mijn tuin rond te laten lopen en zomers in mijn koelkast te bewaren als het buiten te warm voor hem werd. Jammer genoeg bleek het zwart-witte gevaarte hier niet in te passen. Zomers waren de ijsklontjes niet aan te slepen en verwijtend keek Nero me aan als ik verzuimde de koude tuinslang tijdig op hem te richten.
Bovendien bleek Nero behoorlijk verlegen om aandacht. Midden in de nacht tijdens intieme momenten stond hij dan opeens naast mijn bed, tegen me aan te slaan met zijn vleugel. Was er meer afleiding voor nodig dan dat, dan sprong Nero op en neer aan mijn voeteneind totdat we uit ons ritme waren en hem geïrriteerd terug naar de tuin stuurden. Nero werd volwassen en adopteerde mijn oude voetbal als ei. Wekenlang broedde hij erop. Onmogelijk kon ik hem uitleggen dat er nooit een kleine Nero uit zou komen. Op een dag was hij verdwenen. Twee dagen later werd ik door de douane gebeld dat er een boze penguïn op de grensovergang naar Luxemburg was aangetroffen, vermoedelijk op zoek naar Antarctica. Met pijn in ons hart besloten we afscheid te nemen. Ik verpakte Nero in een kartonnen koker, propte twee ons tonijn erbij en postte hem naar een dierentuin in het koude Noorwegen.
De volgende nacht klom ik over het hek van Artis en toog naar het nachtverblijf om een nieuw exemplaar te ontvreemden. Spartelend verdween Frits onder mijn jas. Frits was 50 cm hoog en paste uitstekend in het vriesvak. In mijn enthousiasme had ik over het hoofd gezien dat Frits een Humboldt pinguïn was, afkomstig uit Peru en nooit blootgesteld aan temperaturen beneden de 5 graden.
De eerste keer dat ik de koelkast opende stormde Frits met een blok oude kaas en een blik sardientjes onder zijn veren naar buiten. Vlak voor de deur wist ik hem te tackelen. Hierna liet ik hem vrij in huis rond trippelen.
Frits bloeide op, dagelijks voerde ik hem verse vis. Zomers waggelden we samen door het Vondelpark en spetterde hij vrolijk rond in het pierebad. Frits en ik maakten nieuwe vrienden: de Indiër Sahad die dagelijks zijn tapir meenam naar kantoor en de Afrikaan Benjamin die zijn babygiraf Lala op 5 hoog opvoedde en elke dag verse bladeren aan het plafond hing zodat zij haar nekspieren goed zou ontwikkelen. Na enkele maanden werd ik echter wakker met een onverklaarbare jeuk aan mijn gehemelte. Langdurig onderzoek deed blijken dat ik een acute allergie had ontwikkeld voor Humboldt pinguïns. Met tranende ogen leverde ik Frits af bij Artis en vermaande hem vooral niet naar me op zoek te gaan. Frits zwaaide beduusd en dook het water in om met zijn teruggevonden vriendjes te spelen. Spoedig was hij me vergeten.