My first fear factor

vrijdag, 18:48

Tijdens een donkere en stormachtige nacht, of misschien gewoon een koude winteravond in februari dwaalde ik met 3 vriendinnen door de Stadsschouwburg op zoek naar vertier.
Het principe was de mogelijkheid om één op één gesprekken te voeren met bekende en minder bekende theatermakers. Ook waren er ronde tafelgesprekken waar je kon aanschuiven.
Nou lag ik de voorgaande ochtend pas tegen elven in mijn nest, dus ik was redelijk brak en meer in Viva sfeer dan Volkskrant modus. Eerste stop op de route werd daarom de chocoladefontein waar twee wulpse Bacchanten aardbeien en druiven in vloeibare chocola doopten en aan ons voerden. Goddelijk voedsel.

In deze ruimte waarde ook de Oesterman rond. De Oesterman droeg een emaillen emmer om zijn nek met daarin schaafijs en oesters die hij met een groot mes openbrak voor de liefhebber. Enige tijd schuifelde ik nieuwsgierig achter de man aan. Ik trok Geertje aan d´r mouw ‘Die man verkoopt oesters!’ ‘Ja, lekker man.’ ‘Ik heb die nooit gegeten.’ Slechts één euro. Goeie prijs voor lustopwekkende oesters. Ik kwam ietsje dichterbij.
Op het moment dat ik wilde afrekenen dreef de zilte walm van zeelucht mijn neus in. Vissig. Jakkes. Ik deinsde achteruit. ‘Ik vind het niet lekker ruiken.’
Oesterman keek verontwaardigd mijn kant op. ‘Knap hoor.’ ‘Hm?’ ‘Nee, niks, gewoon knap, dat je ze niet proeft maar meteen weet dat je het niet lust.’ Met hangende pootjes verliet ik het strijdveld.
‘Ach, kom, als jij er eentje neemt doe ik ´t ook?’ zei Geertje. Ik wierp een blik naar Oesterman, naar Geertje, naar Oesterman en weer naar Geertje. Ik knikte.
‘Ik doe het niet waar hij bij staat hoor!’ ‘Ik haal ze wel.’

In een afgeschermd kringetje overhandigde Geertje mij plechtig de oester. ‘Hij is zonder citroen en peper, mijnheer de Oesterman vond het een goed idee als je puur natuur begon.’ En daar ging ik dan. Schelp volledig aan de lippen en in een hap doorslikken. ‘Nee wacht, ‘ riep Geertje ‘Je mag er ook op kauwen. ‘ Help. Kauwbare oester.
In de laatste nanoseconden voor ik de hap nam ging het mis. Net als wanneer je op een hoge berg staat en iemand je adviseert niet omlaag te kijken.

Ik keek omlaag en ik zag een levend organisme. Ik zag de ingewanden en het slijm. Er zat iets zwarts tussen, een eventueel darmkanaal of overig orgaan en dit geheel gleed in één soepele beweging mijn mond in. Deep throat is er niets bij vergeleken.
Ik proefde kopje onder geduwd worden in de Noordzee, ik proefde fabrieken die gif lozen bij IJmuiden, ik proefde zeewier en ik proefde ook dat ik het gedrocht razendsnel zou moeten doorslikken of het zou samen met de aardbeien en chocola op het tapijt van de Pleinfoyer belanden.
Mijn god, wat was ik misselijk. Mijn maag deed de driedubbele flikflak op klompen.
Mijn vriendinnetjes keken mij bezorgd aan. ‘Zo terug,’ mompelde ik en snel rende ik naar het toilet om in mijn uppie een beetje te kokhalzen en liters water te drinken. Stilletjes sloot ik mij daarna weer aan bij ons groepje. ‘Als ik die Oesterlul ooit in een nauw steegje tegenkom, dan schop ik hem helemaal in elkaar.’

De desbetreffende avond had als thema ‘Lust’.
Klik hier voor het NL20 verslag waar ik ook eventjes in beeld kom.

One Comment

  1. 2/24/2008

    Hé Shayne. Je moet ook niet nadenken bij oesters. En ook niet te veel proeven. De oester moet zo snel mogelijk over de tong de keel in glijden, opdat je zo min mogelijk tijd krijgt om stil te staan bij wat er nu werkelijk in je mond ligt.
    En wat die oesterman betreft: hoe zag die eruit? Was het niet toevallig een klein mannetje, met een wat zijïg stemmmetje, luisterend naar de naam Mendes?

Comments are closed.